Het geld om mensen aan werk te helpen is op. Het UWV wil meer geld van Donner. Wordt het geen tijd voor nieuwe creatieve en innovatieve oplossingen?

maart 15th, 2010

 Er worden honderden miljoenen kostende activiteiten ondernomen en vele projecten geïnitieerd, uitgevoerd door de grote gekende partijen, om de problemen in de arbeidsmarkt en de gevolgen van de crisis het hoofd te bieden, waarvan de resultaten nog allerminst zeker zijn.

 Bij deze uitvoering is weinig aandacht en ruimte voor innovatie en ‘out of the box’ denken. Creatieve en innovatieve oplossingen die zich in kleinere ‘best practices’ bewezen hebben komen ondanks alle genomen maatregelen niet of nauwelijks aan bod in de over het algemeen introverte wereld van arbeidsbemiddeling en re-integratie.  Toch wordt het tijd dat er bij politiek en beleidsmakers meer oog komt voor oplossingen die op de arbeidsmarkt tot snellere en aansprekende resultaten kunnen leiden. Niet alleen in het belang van de samenleving maar vooral toch in het belang van al die getalenteerde werkzoekenden die maar geen werk kunnen vinden en de werkgevers die nog steeds op zoek zijn naar mensen die hun vacatures kunnen invullen.

 Het is nauwelijks voorstelbaar dat er voor de 200.000 openstaande vacatures geen mensen kunnen worden geselecteerd uit de meer dan 450.000 werklozen!

 Testen en matchen op competenties werkt!

Het online testen van mensen op competenties en persoonlijkheidskenmerken en het met behulp van ICT direct matchen van hun testresultaten met de functieprofielen van openstaande vacatures werkt!

 Werkzoekenden direct koppelen aan vacatures

Daar ligt dus een innovatieve, eenvoudige, onafhankelijke, eenduidige en snelle manier om werkzoekenden direct te koppelen aan de voor hen meest geschikte vacatures. Compleet met inzicht in eigen kunnen en mogelijkheden. Compleet met motivatie en enthousiasmering.

En compleet met inzicht in de mate waarin de competenties en persoonlijkheidskenmerken afwijken van het gevraagde functieprofiel (dat is vertaald in een profiel wat de mate van de functiespecifieke competentie- en persoonlijkheidskenmerken aangeeft die nodig zijn voor een goede invulling van de vacature).

Hoewel ook hier deze oplossing voor de hand ligt, zien we in de praktijk dat het toepassen van testen en matchen bij de in de arbeidsmarkt  bemiddelende instanties (UWV, re-integratiebedrijven en uitzendbureaus) niet of niet adequaat plaatsvindt. Soms test men wel maar matcht men niet of alleen door persoonlijke vergelijking en zeker niet volautomatisch.  Als er wel automatisch gematcht wordt matcht men in de meeste gevallen op woorden in een CV  of op basis van zeer summiere informatie.

 Dit systeemfalen vindt zijn oorsprong in het feit dat het bemiddelen van arbeid altijd is gekoppeld aan de persoonlijke inzet van – en beoordeling door – een bemiddelend persoon. 

Hoewel hiermee het menselijke aspect in het matchproces zeker lijkt gesteld, is het ook zeker dat deze bemiddelende persoon onmogelijk de inhoud van de benodigde competenties, gewenste persoonlijkheidskenmerken en randvoorwaarden van de zeer vele beschikbare vacatures paraat kan hebben, onmogelijk de competenties van de werkloze, zelfs bij benadering, snel en precies in kaart kan brengen en onmogelijk zijn eigen persoonlijke voorkeuren, stemmingen en gevoelens in het intakeproces kan negeren of uitsluiten. Kortom, bijna elk eerste bezoek van een werkloze aan het UWV zal teleurstellend verlopen, wellicht niet wat het verkrijgen van een uitkering betreft maar wel wat het helpen aan werk betreft. Terecht komen in de mallemolen van een langdurige re-integratie werkt demotiverend en ontmoedigend.

 Zo snel mogelijk aan het werk

Immers, een werkloze wil zo snel mogelijk aan het werk. Hij wil direct weten wat hij waard is, waar zijn kansen liggen, wat hij moet doen om deze kansen te grijpen, en wanneer dat resultaat oplevert.

 Dit kan door de testresultaten van een via het Internet afgenomen assessment omtrent competenties, persoonlijkheidskenmerken, specifieke vaardigheden en sociaal maatschappelijke randvoorwaarden van een werkzoekende, automatisch en direct te vergelijken met door werkgevers opgestelde functieprofielen. Deze functieprofielen moeten dan wel zijn opgesteld op basis van dezelfde parameters en uitgangspunten als het assessment. Hierdoor is een directe, onbevooroordeelde en onafhankelijke match (vergelijking) mogelijk.

 Vacatures gerangschikt in volgorde van geschiktheid

Zo worden vacatures in volgorde van geschiktheid voor de werkzoekende gerangschikt en toont de matchrapportage tot op detailniveau de ’gap‘ tussen persoonlijkheidskenmerken, algemene competenties, EVC (eerder of elders verworven competenties) van de werkzoekende en de gewenste functie-eisen in het functieprofiel.

 Dit werkt ook andersom. Als er een specifieke vacature beschikbaar is, kan deze worden gematcht met de testresultaten van vele werkzoekenden.  De werkzoekenden worden automatisch en in een fractie van een seconde gerangschikt op volgorde van geschiktheid voor de vacature op basis van hun persoonlijkheidskenmerken en competenties. Daarbij kan rekening gehouden worden met opleidingsniveau, taalvaardigheid, ervaring etc.

 De competenties in de arbeidsmarkt

Voor de arbeidsmarkt is geen eenduidige competentieset voorhanden. Veel bedrijven hanteren hun eigen competentieset elk met hun eigen competentietaal, de beschrijving wat ze in hun bedrijfssituatie precies met een competentie bedoelen.

Toch is het goed mogelijk een competentieset samen te stellen waarvan de competenties of een deel ervan toepasbaar zijn voor bijna alle functies in het bedrijfsleven. We praten dan over een set van algemene competenties die in hun gezamenlijkheid alles laten zien over talenten, kennis en vaardigheden die nodig zijn om een beroep te kunnen uitoefenen.

 TestCASE 2.0 Arbeidsmarkt van CASE Builders

De ‘TestCASE 2.0 Arbeidsmarkt’ kent een competentieset van 50 competenties die het meest voorkomen in het bedrijfsleven en die direct aansluiten op de competenties die in het beroepsonderwijs gebruikt worden. Door kandidaten te testen op al deze algemene competenties wordt het mogelijk hen te matchen met elk functieprofiel dat uit deze competenties is opgebouwd of dat is opgebouwd uit een deel ervan.

 Online testen en automatisch matchen

Groot voordeel van online testen en automatisch matchen is dat het onafhankelijk van tijd en plaats kan gebeuren. Een werkzoekende kan altijd en overal testen.  Werkgevers kunnen heel eenvoudig online, aan de hand van een checklist, hun vacatures opgeven compleet met de benodigde persoonlijkheidskenmerken en competenties en de mate waarin men deze voor de functie nodig heeft. Van veel beroepen zijn al standaard profielen bekend en in het systeem opgenomen, waardoor dit laatste nog makkelijker wordt.

Uiteraard houdt het systeem rekening met taalvaardigheid, opleidingsniveau, werkervaring en andere sociaal maatschappelijke randvoorwaarden zoal beschikbaarheid, het hebben van een rijbewijs en eventuele beperkingen van de werkzoekende.

 Als er voldoende werkzoekenden getest zijn en er zitten voldoende vacatures in het systeem begint het feest!

 Eén druk op de knop is voldoende om voor elke werkzoekende de meest passende baan te vinden. Eén druk op de knop is voldoende om voor een vacature de best passende kandidaat te vinden.  Daarbij gaat het om een werkzoekende die zo goed mogelijk past. Niet te licht maar ook niet te zwaar voor de aangeboden functie.

 Uitgebreide rapportage

Ook kan elke werkzoekende direct na het afronden van het assessment een uitgebreid testrapport worden gepresenteerd met daarin alle relevante gegevens rond persoonlijkheid, competenties, werkervaring, opleiding, belangstelling en sociaal maatschappelijke randvoorwaarden.

De matchrapportage toont ook nog eens de eventuele specifieke opleidingsbehoefte van de werkzoekende per competentie die nodig is voor het invullen van de vacature.

Dit rapport is een hulpmiddel bij sollicitatiegesprekken en kan de basis vormen voor  een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP).Voor een toekomstig werkgever is dit rapport, tezamen met het matchrapport, het overtuigende bewijs dat de werknemer daadwerkelijk in staat is de vacature naar behoren te vervullen.

 Herbruikbaar

Uiteraard blijft een werkzoekende die bij een eerdere match niet aan bod is gekomen in het systeem aanwezig. Bij een volgende vacature wordt hij gewoon weer mee gematcht. Het systeem laat zelfs toe dat de werkzoekende wordt uitgenodigd een extra functiespecifieke vaardigheidstest te doen voor een vacature om daarna opnieuw gematcht te worden.

 In minder dan 4 uur weer aan het werk

In principe is het op deze wijze mogelijk een werkzoekende in minder dan vier uur aan werk te helpen als er tussen alle vacatures één is die past bij het competentie- en persoonlijkheidsprofiel van de werkzoekende. Het is bij de toepassing van dit systeem niet meer de vraag òf er een passende vacature is voor de werkzoekende maar wèlke de meest passende beschikbare vacature is voor de werkzoekende. Daarbij wordt direct getoond welke gap er is ten opzichte van de eisen in het functieprofiel en welke opleiding(en) de werkzoekende nog zou moeten volgen om voor de functie in aanmerking te komen.

Een opmaat naar een leven lang leren.

Competentiegericht onderwijs controversieel?

maart 11th, 2010

Onderwijsvernieuwing

Dat de overheid er niet (altijd) in slaagt te zorgen voor deugdelijk onderwijs blijkt wel uit het voortdurende proces van onderwijsvernieuwing dat al sinds jaar en dag in ons land plaatsvindt. Onderwijsvernieuwing is dan ook niets nieuws

 Context van het onderwijs

De context waarin dit onderwijs plaatsvindt daarentegen is wel nieuw. De wereld is compleet veranderd. Radio, televisie, de mobiele telefoon en vooral internet maken communicatie, interactie en de toegang tot ongelooflijke hoeveelheden informatie vanzelfsprekend voor bijna iedereen. Dit heeft ook zijn invloed op normen en waarden, tijdsbesteding, individualisering en de kennis en kunde nodig om je een positie te verwerven in de maatschappij.

 Snel

Probleem daarbij is dat dit alles ook nog eens heel snel gaat. Zo snel dat het nauwelijks bij te houden is voor ’een normaal mens’. Maar wat is een normaal mens? Wat is een normaal mens in de stroom van indrukken, gebeurtenissen, mogelijkheden, virtuele relaties, social media, videoclips, websites, games, blackberry’s, sms’jes, softwareprogramma’s, mp4’s, e-books, internetkranten, nintendo’s, etc.?

 Toen ik mijn dochter van zeven, die bij mij zit terwijl ik dit schrijf, vroeg of zij nog iets wist voor mijn opsomming in de vorige alinea, zei ze dat ik de iPod vergeten was. En daarna vroeg ze mij welke virtuele taart zij voor mij op haar computer moest bakken. Is zij een normaal mens? Of is zij gewoon een kind van deze tijd die haar talenten en competenties ontdekt en ontplooit op haar individuele manier in de wereld van vandaag?

 Verplichtingen

Dit laatste is ongetwijfeld het geval. Dat betekent dat het onderwijs niet alleen moet vernieuwen, maar dat het mee moet met de ontwikkelingen van de wereld waar zij midden in staat. Dat schept verplichtingen voor alle direct betrokkenen: docenten, schoolbesturen, schoolleiders, onderwijsdeskundigen, stagebegeleiders en ga zo maar door. Het kan niet zo zijn dat jongeren docenten ’les’ gaan geven omdat deze niet begrijpen wat er in de wereld van de jongere omgaat. Het is een utopie te verwachten dat je bij communicerende en mondige jongeren respect kunt afdwingen als je niet kunt laten zien dat je hen begrijpt en hen nog steeds wat te bieden hebt.

 De sleutel tot succes

Onderwijsvernieuwing heeft dan ook minder te maken met het veranderen van organisatie, bestuur en beleid maar meer met het aansluiting zoeken bij de competenties van de individuele jongere en hen handvatten geven om deze te ontwikkelen. Het huidige onderwijs legt helaas maar al te vaak de nadruk op wat een jongere nièt kan in plaats op wat hij wèl kan! Ontdekken waar iemand goed in is, waar hij of zij beter in is dan iemand anders en daarop in het onderwijs anticiperen is de sleutel tot succes!

 Daarbij is in de met prikkels overladen wereld van vandaag één ding mooi meegenomen : jongeren hebben wel degelijk behoefte aan doel en structuur. Als zij weten waarom zij iets doen, wat hun perspectief is en als wat zij doen past bij hun natuurlijke aanleg, zijn zij bereid en gemotiveerd de structuur te accepteren waarin hen dit wordt aangeboden.

 Competentiegericht onderwijs

 Competentiegericht onderwijs in het mbo is de laatste onderwijsvernieuwing die breed is uitgerold in het mbo. Aanleiding voor deze vernieuwing was een (hernieuwde) impuls voor een betere inhoudelijke aansluiting tussen het onderwijs en het bedrijfsleven eind jaren negentig. Geconstateerd werd dat door de snelle technologische, arbeidsorganisatorische en commerciële ontwikkelingen in bedrijven en instellingen er meer en ander vakmanschap van medewerkers werd gevraagd.

 Een betere en meer flexibele aansluiting op de eisen en wensen van de arbeidsmarkt zou kunnen worden gerealiseerd door de vakbekwaamheidseisen van het mbo te formuleren in termen van competenties. Een competentie is een combinatie van kennis, vaardigheden en gedrag. Competentiegericht onderwijs gaat er van uit dat een beginnend beroepsbeoefenaar bepaalde competenties moet hebben. Een jongere krijgt een diploma als hij kan aantonen over deze competenties te beschikken.

 Gericht op toekomstig functioneren

Competentiegericht onderwijs is vanuit deze gedachte ontstaan op basis van adviezen van de Adviescommissie Onderwijs Arbeidsmarkt (ACOA) en de ‘kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven’, verenigd in de Colo. Het is gericht op het toekomstig functioneren in een specifieke functie binnen een beroepsdomein of sector. Het gaat dan ook uit van een duidelijke verbinding van de opleidingsaanpak met de eisen en wensen die het bedrijfsleven en de maatschappij aan professionele werknemers mag stellen.

 Competenties in het bedrijfsleven

Werkgevers willen werknemers met specifieke competenties. Competentiemanagement vormt dan ook bij steeds meer bedrijven de basis voor het personeelsbeleid. Het mbo speelt met competentiegericht onderwijs dus in op de ontwikkelingen in het bedrijfsleven.

Soms wordt competentiegericht onderwijs verward met onderwijsconcepten, als een vorm van het eerder genoemde ‘Nieuwe Leren’. Maar competentiegericht onderwijs is géén onderwijsconcept. Competentiegericht leren is sterk verbonden met de toekomstige beroepspraktijk van leerlingen. Het gaat om een samengaan van kennis, houding en vaardigheden in een vakgerichte en individuele aanpak  met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van de persoon en de (arbeids)loopbaan van de deelnemers.

 MBO-kwalificatiedossiers: wàt moet er geleerd worden

De uiteindelijk te behalen (vak)kennis, vastgelegd in zogenaamde uitstroomeisen, is weergegeven in kwalificatiedossiers. Alle deelnemers aan het competentiegericht onderwijs  zullen aan deze uitstroomeisen in voldoende mate moeten voldoen.

 Kwalificatiedossiers zijn dus feitelijk programma’s van eisen. Ze zijn wettelijk vastgesteld door de minister van OCW.  De kwalificatiedossiers leggen vast ‘wat’ er geleerd moet worden als het gaat om kennis, vaardigheden en beroepshouding. Wat moet een deelnemer van het mbo kennen, weten en kunnen en hoe moet dit in de arbeidssituatie in het toekomstig bedrijf worden toegepast? De praktijk is dan ook altijd het uitgangspunt. Studenten leren zoveel mogelijk in de beroepscontext. Ze gaan naar bedrijven toe of werken in een simulatieomgeving. Beroepspraktijkvorming is een van de pijlers van het competentiegericht onderwijs.
Daarbij wordt vanzelfsprekend ook aandacht besteed aan de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen en aan hun persoonlijk functioneren als burger in onze complexe samenleving. Dit laatste is overigens een opdracht van het onderwijs van alle tijden.

 Scholen bepalen zelf hóe het onderwijs wordt vormgegeven

Omdat de praktijk bij competentiegericht onderwijs uitgangspunt is, is het (zelfstandig) werken in groepsverband belangrijk. Maar de mate waarin dit gebeurt, kan per school en per deelnemer verschillen. Competentiegericht onderwijs biedt dan ook de mogelijkheid van  maatwerk en individuele trajecten. 

 

Scholen en bedrijven gebruiken een kwalificatiedossier dat past bij het beroep waarvoor de leerling opgeleid wil worden. Hoe een school ervoor zorgt dat leerlingen hun diploma behalen, is de verantwoordelijkheidvan de school. Een kwalificatiedossier schrijft diploma-eisen voor, maar niet hoe de opleiding ingericht wordt. Het geeft scholen en bedrijven daarnaast de informatie die nodig is om de inhoud van opleidingen en examens te bepalen.

 De scholen ontwikkelen dus onder eigen verantwoordelijkheid het onderwijs, het ‘hoe’ van het leren, op basis van de voor hun opleidingen opgestelde kwalificatiedossiers. Dit kan hen helpen beter in te spelen op de doorstroom (doorlopende leerlijn) uit mavo/vmbo en naar hbo.

 Samenvatting

We zetten nog even op een rij waarom het competentiegericht onderwijs een onderwijsvernieuwing is die, ondanks de aanvankelijke tegenstand vanuit het onderwijs zelf (maar elke vernieuwing en/of verandering kent zijn tegenstanders), zijn verankering in het beroepsonderwijs in Nederland definitief dient te krijgen:

 Competentiegericht onderwijs:

  • sluit aan bij de eisen, wensen en ontwikkelingen in het bedrijfsleven;
  • kent een kwalificatiestructuur die zijn bron,  waarde en borging vindt in datzelfde bedrijfsleven;
  • biedt onderwijsinstellingen voldoende ruimte om hun eigen onderwijs innovatief, creatief en anticiperend op de vragen vanuit de arbeidsmarkt vorm en inhoud te geven;
  • geeft goede mogelijkheden de doorlopende leerlijn (aansluiting op mavo/vmbo en hbo) in te richten en in te bedden in de opleidingsstructuur;
  • biedt een heldere kwalificatiestructuur met doordachte kwalificatiedossiers opgesteld door bedrijfsleven en onderwijs gezamenlijk.

Tenslotte is er maar één doel: jongeren en jongvolwassenen voorzien van kwalificaties die zorgen voor een sterke startpositie op de arbeidsmarkt en in het hbo en hen perspectief geven op succesvolle ontplooiing in de verdere werk- en studieloopbaan. Daarbij staan de opvattingen van tegenstanders van competentiegericht die betogen dat competentiegericht onderwijs gelijk staat met het “de leerlingen zelf maar laten uitzoeken achter een computer” volledig buiten de werkelijkheid. Competentiegericht onderwijs beschrijft slechts het kennen en kunnen van een leerling op het moment dat hij of zij de school verlaat en aan de slag moet op de arbeidsmarkt. Het onderwijs, de docenten dus, bepalen zelf hóe zij dit doel bereiken. Wat wil het onderwijs nu nog meer?

Harde cijfers…

januari 27th, 2010

Onmacht is het woord dat je bekruipt als je de harde cijfers van
schooluitval en werkloosheid onder ogen komen. Deze cijfers,
weergegeven in fraaie grafieken, zijn niet alleen verontrustend door
hun omvang, maar ook omdat ze niets tonen van het persoonlijk leed
en de individuele ellende die hierachter verscholen zit.
Immers, voortijdig de school verlaten doe je niet
zomaar. Dan heb je al pakken ruzie met je ouders
gehad, ben je vele vrienden kwijt, twijfel je uitgebreid
aan jezelf en staan de aanvaringen met
docenten en schoolbestuurders diep in je geheugen
gegrift. Vaak blijkt ook je toekomst een stuk minder
rooskleurig dan je hoopte.
En als je werkloos wordt of bent is het al niet veel beter. Je
moet je hand ophouden bij de overheid, raakt in vele, vaak
schaamtevolle situaties verzeild bij hulpverlenende instanties,
wordt nauwelijks nog serieus genomen door je medeburgers
die wel werken, loopt tegen een muur van onbegrip en gebrek
aan echte persoonlijke interesse bij mensen die er
zijn om je weer aan het werk te helpen, krijgt vaak
wel de schuld van het feit dat het niet lukt en raakt
daardoor je zelfvertrouwen en energie volledig
kwijt.
Systeemfalen
Veel van de voortijdig schoolverlaters en werklozen
die dit overkomt zijn slachtoffer van het systeemfalen
in onderwijs en arbeidsmarkt. Slachtoffer van
een onderwijssysteem waarbij de student en zijn
eigen ontwikkeling al lang niet meer in het middelpunt
van de activiteiten staan. Slachtoffer van een bureaucratisch
en ondoorzichtig re-integratiesysteem waar innovatie en
echte klantgerichtheid nauwelijks nog aan bod komen.
Dan lijkt het of het in onderwijs en arbeidsmarkt om heel
andere zaken gaat dan om het individuele belang van student
of werkloze. Dat het gaat om macht en geld. Dat het gaat om
de profilering van bemiddelaars, docenten, bestuurders en
politici. Dat het gaat om eigenbelang en behoud van verwor-
venheden van alle betrokkenen. En dat het dus niet gaat om
degenen waar het eigenlijk wel om moet gaan: de jongeren
die opgeleid willen worden en de mensen die aan het werk
willen.
Waarom accepteren wij dit?
Natuurlijk, dit klinkt hard. Natuurlijk doet dit onrecht aan
al die goede en hardwerkende docenten, schoolleiders en
schoolbestuurders, re-integratiemedewerkers, wethouders,
beleidsmedewerkers, jobcoaches en politici in dit land.
Maar ik zou ook hen – en u! – willen vragen: waarom
accepteren wij nog steeds dat meer dan 35% van onze jongeren
uitvalt in de aanvang van het mbo-onderwijs? Waarom
accepteren wij dat ditzelfde nog eens gebeurt in de aanvang
van het hbo-onderwijs? En waarom zijn wij niet in staat
meer mensen aan werk te helpen terwijl er nu, aan
het begin van 2010, nog steeds zo’n 200.000 openstaande
vacatures zijn en meer dan 400.000 werklozen?
Waarom zijn wij niet in staat minimaal 50.000
mensen van die 400.000 aan 50.000 van die 200.000
openstaande vacatures te koppelen?
Op schema
Vooralsnog niemand die het weet. Onderwijs en
arbeidsmarkt doen voort. Rapport na rapport van
wijze mannen, vrouwen en instanties wordt gepubliceerd.
Aan cijfers en daarop gebaseerd beleid geen
gebrek. Maar echt veel zoden aan de dijk zet dat tot nu toe
niet. Natuurlijk, alle duurbetaalde initiatieven leveren wel iets
op. Onze regering roept meer dan eens dat we “op schema”
zitten. Maar als we dan echt naar resultaten kijken, valt dat
hard tegen. En als we dan in zwaar weer komen door de
kredietcrisis moeten alle prognoses worden bijgesteld,
moeten er vele ad hoc maatregelen genomen worden,
gaat de schatkist ruimhartig open en weet niemand precies
hoe en wat te doen. De werkloosheid groeit, het aantal banen
neemt af, er is minder toekomstperspectief voor schoolverlaters,
laat staan voor uitvallers, de jeugdwerkloosheid neemt toe.
De noodzaak om slimmer met deze zaken om te gaan is
groter dan ooit. Er is behoefte aan grootschalige oplossingen
op korte termijn. Er is behoefte aan creativiteit, innovatie en
daadkracht.
Oplossingen op korte termijn, creativiteit, innovatie en daadkracht.
Mooie woorden, makkelijk gezegd, maar klaarblijkelijk
minder vanzelfsprekend toepasbaar binnen het huidige onderwijs
en de arbeidsmarkt.
Te laat
Valt het u ook niet op dat bijna alles wat wij doen om schooluitval
te voorkomen pas gebeurt als een leerling te kennen
geeft niet langer deel te willen nemen aan het onderwijs dat
hij of zij volgt en dat alles wat wij doen om iemand
aan het werk te helpen meestal pas wordt ingezet als
een werknemer daadwerkelijk werkloos geworden is?
Bijna alle programma’s gericht op het terugdringen
van schooluitval worden uitgevoerd en zijn bestemd
voor leerlingen die al uitgevallen zijn. Met als gevolg
veel individuele trajecten gericht op inmiddels ongemotiveerde
jongeren. Jongeren die een aversie tegen
hun school, hun docenten en het leren in zijn algemeenheid
hebben opgebouwd. En dat kost veel tijd,
ergernis en heel veel geld. Tijd vaak van docenten die
zelf vinden dat zij die, gezien de werkdruk, wel beter
kunnen besteden. Aan opleiden bijvoorbeeld…

december 16th, 2009

Ministerie OCW wil inzage in boek ‘Einde aan de Onmacht in Onderwijs en Arbeidsmarkt’

ROC’s laten door falend systeem 26 miljoen euro per jaar liggen

Het onderwijs- en arbeidsmarktsysteem faalt. Maar liefst 35 procent van de MBO- en HBO-studenten verlaten in het eerste jaar al hun opleiding en raakt veelal werkeloos. Auteur Cees Morsch vindt dit onacceptabel. In zijn nieuwste boek ‘Einde aan de Onmacht in Onderwijs en Arbeidsmarkt’ legt hij het systeemfalen feilloos bloot. Volgens hem laten alleen al de gezamenlijke ROC’s 26 miljoen euro per jaar liggen. Geld dat zij kunnen verdienen door op eenvoudige wijze de schooluitval met een extra 15 procent terug te dringen.

Het bedrag dat de ROC’s laten liggen, is volgens Morsch – directeur van Case Builders BV en winnaar van de NBL Award 2007 voor het project Jobklas – slechts het topje van de ijsberg. Het zijn namelijk de voortijdige schoolverlaters die door hun kansloze positie op de arbeidsmarkt zorgen voor een stijging van de jeugdwerkeloosheid en/of onderdeel worden van de hangjongerenproblematiek.

Morsch noemt het gebrek aan innovatief vermogen, de geslotenheid van organisaties en het telkens weer bewandelen van getreden paden illustrerend voor het heersende onvermogen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. De verhalen van studenten, die door gebrek aan kennis en begeleiding verkeerde keuzes maken (80%) en vroegtijdig van school gaan, zijn legio. Maar ook de relazen van (jeugd) werkelozen – die tegen een muur van bureaucratie, onwetendheid en onbegrip aanlopen – liggen letterlijk voor het oprapen.

Innovatieve oplossingen
Aan de hand van deze verbazende, humoristische, maar vaak ook verontwaardiging oproepende verhalen en interviews met beleidsmakers- en uitvoerders, beschrijft Cees Morsch op een voor iedereen toegankelijke manier het falen van ons huidige onderwijs- en arbeidsmarktsysteem.
Morsch laat het daar echter niet bij. De auteur komt met innovatieve, maar zeer concrete oplossingen, die direct toepasbaar zijn. Oplossingen die voortijdig schooluitval voorkomen, zorgen voor een betere aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt en leiden tot aanzienlijke kostenbesparingen. Hij maakt daarbij onder meer slim gebruik van de mogelijkheden die ICT ons vandaag de dag te bieden heeft.

Staatssecretaris wil inzage
Het boek ‘Einde aan de Onmacht in Onderwijs en Arbeidsmarkt’ wordt op 13 januari officieel gepresenteerd tijdens het gelijknamige congres in het Beatrix Theater in Utrecht. Maar, reeds nu al heeft het tot commotie en grote interesse geleid bij het Ministerie van OCW. In een reactie op het verzoek van de auteur om mee te werken aan zijn boek, liet staatssecretaris Maria van Bijsterveldt weten dat op dit moment nog niet aan te durven. Echter, zij stelt bijzonder geïnteresseerd te zijn in de inhoud ervan en heeft om die reden de auteur nadrukkelijk verzocht nog voor verschijning inzage te krijgen in het boek.

_____________________________________________________________________________________

 

Noot voor de pers:

Het boek ‘Einde aan de Onmacht in Onderwijs en Arbeidsmarkt’ wordt op 13 januari officieel gepresenteerd tijdens het gelijknamige congres in het Beatrix Theater in Utrecht.

Voor meer informatie over het boek ‘Einde aan de Onmacht in Onderwijs en Arbeidsmarkt’, het gelijknamige congres, achtergrond informatie over de auteur of het regelen van een interview, kunt u contact opnemen met
perswoordvoerder de heer K. Dronkert, T. 06-34924783, E. kareldronkert@bureaukpg.nl. Daarnaast kunt u de website www.eindeaandeonmacht.nl bezoeken.

november 29th, 2009

Veel problemen in het onderwijs veroorzaakt door systeemfalen

Weinig innovatief denken, de introvertheid van eigen organisatie, het blijven bewandelen van de gebaande paden en de afhankelijkheid van de eigen inzichten en verworvenheden zijn oorzaken van systeemfalen in onderwijs en arbeidsmarkt.

Immers, ondanks het feit dat (HR- en onderwijs)professionals bij overheid, bedrijven en in het onderwijs steeds opnieuw worden gevraagd met oplossingen te komen voor het voorkomen van schooluitval en het koppelen van beschikbare banen aan beschikbare komende mensen lukt dit niet. En we accepteren met z’n allen nog steeds dat de schooluitval in het eerste jaar van het MBO en HBO onderwijs vaak boven de 35%!! ligt. Een maatschappelijk probleem dat ons niet alleen letterlijk zeer veel kost maar dat ook de maatschappij onwaardig is.

Schooluitval bron van problemen
Overigens is die schooluitval ook direct de bron van een groot aantal andere problemen. Zo vormen voortijdig schoolverlaters een aanzienlijk deel van de jeugdwerklozen waar men bij de gemeentes weer mee aan de slag moet om ze aan werk te helpen wat veel inspanning en geld kost, zijn het de voortijdig schoolverlaters die vaak verworden tot de zo bekritiseerde ”hangjongeren” met alle gevolgen van dien en gaat er met hen veel (arbeids)potentieel verloren.

En bedenk ook eens dat het werk van docenten veel aantrekkelijker wordt als zij minder te maken hebben met potentiële uitvallers. Immers dit is de groep die de meeste negatieve aandacht en werk vraagt, de groep die het voor anderen verpest, de groep die per definitie de school “niks” en de docent “een minkukel” vindt. 

Oplossingen
Oplossingen die schooluitval kunnen voorkomen moeten voldoen aan een aantal belangrijke randvoorwaarden:

-          Ze moeten massaal inzetbaar zijn, het gaat immers om 35% van de instroom en dat is een zeer groot aantal leerlingen. Repressieve maatregelen op het moment dat een leerling dreigt uit te vallen (hoe betrokken en goed uitgevoerd ook) kosten heel veel geld en zetten nauwelijks zoden aan de dijk. Vaak is het kwaad dan al geschied en valt er weinig meer te redden.

-          Ze moeten passen in -en gebruik maken van- de uitgangspunten van de huidige onderwijsinrichting. Werken aan het voorkomen van schooluitval heeft geen enkele kans van slagen als het onderwijs hiervoor volledig op de schop moet.

-          Ze moeten geen extra belasting opleveren van de docent. Integendeel, de docent moet minder met schooluitval bezig hoeven zijn, zijn werk beter en doelgerichter kunnen doen en zich weer meer kunnen bezig houden met waar hij voor ingehuurd is: les geven.

-          Ze moeten geld opleveren in plaats van geld kosten. Schooluitval kost onze maatschappij miljarden. Een simpele rekensom leert dat als de ROC’s in Nederland er in slagen 15%  extra schooluitval te voorkomen dit een netto rendement oplevert voor de gezamenlijke ROC’s zélf van minimaal 26.000.000 euro per jaar! En dan praten we dus nog niet over verdieneffecten door de lagere jeugdwerkloosheid, minder maatschappelijke onrust door bijv. hangjongeren, meer opgeleid arbeidspotentieel etc.

Verkeerde opleidingskeuze
Als we daarbij ook nog beseffen dat volgens insiders zo’n 80% van de schooluitval wordt veroorzaakt door verkeerde keuze van opleidingsrichting en/of beroep ligt in het oplossen daarvan de sleutel naar succes. Een leerling die een opleiding kiest op basis van zijn of haar competenties zal per definitie ontdekken dat de opleiding bij hem of haar past, zal de opleiding leuker vinden en gemotiveerder zijn, zal de docent meer appreciëren en de school meer waarderen. De kans op uitval wordt kleiner, de kans op succes in de opleiding groter.

De oplossing
Innovatief en creatief gebruik van ICT, het gebruik maken van de 350.000.000 miljoen gekost hebbende beschrijving van de kwalificatiestructuur van het competentiegericht beroepsonderwijs door de kenniscentra (COLO), de bewustwording dat het niet gaat om docent, onderwijsinstelling, ministerie of zelfs ouders, maar om de leerling zélf met zijn  competenties, persoonlijkheid en mogelijkheden en een beetje innovatief en “out of the box” denken zijn daarbij de ingrediënten.

 Ingrediënten die leiden tot het inzicht dat het grootschalig testen van leerlingen op competenties en persoonlijkheid voordat de opleidingskeuze gemaakt wordt (dus vóór de overgang naar het MBO of HBO) en het vergelijken van deze testresultaten met de uitstroomprofielen van kwalificatiedossiers van de COLO, informatie blootlegt over de individuele leerlingen die handvatten geeft om opleidings- en/of beroepskeuze gemotiveerd en gedocumenteerd te kunnen beïnvloeden.

Onvermoede resultaten
Experimenten hebben de afgelopen jaren aangetoond dat dit tot onvermoede resultaten leidt. Op deze wijze is het mogelijk  de voor de individuele leerling best passende opleidingsrichtingen(sectoren) en uitstromen (functies) te selecteren. Ook de “gap” die de leerling heeft ten opzichte van de profielen wordt daarbij precies in kaart gebracht wat individuele tekortkomingen op competenties en persoonlijkheidskenmerken ten opzichte van het sector- of functieprofiel zichtbaar maakt en waardoor interventies tijdig en precies gestuurd kunnen worden.

Motivatie
In de praktijk blijkt ook nog eens dat de motivatie van een leerling door inzicht in de eigen competenties enorm toeneemt. Er wordt immers uitgegaan van  wat een leerling wél kan in plaats van wat hij niét kan. En dit laatste is (helaas) nog steeds vaak datgene waar men in het onderwijs de nadruk op legt.

Geheel online
Omdat het testen van competenties en persoonlijkheidskenmerken geheel online plaats vindt betekent deze werkwijze niet alleen veel meer inzicht in de individuele leerling het betekent ook een enorme tijdwinst en kwaliteitswinst bij de intake van leerlingen. Via het internet is massaal testen immers geen probleem. Daarbij is deze werkwijze met online testen en matchen eenduidiger, meer onbevooroordeeld en veel goedkoper dan het voeren van individuele gesprekken met zeer veel leerlingen door vele docenten.

Minimaal 15% extra minder voortijdig schooluitval.
Op dit moment wordt een groot aantal instromers bij ROC West Brabant en ROC Mondriaan op deze wijze getest en gematcht met de COLO competentieprofielen. Uitgangspunt daarbij is dat voortijdig schooluitval met deze methodiek minimaal 15% extra (bovenop de al behaalde reductiepercentages) kan worden teruggedrongen omdat tijdige interventie met betrekking tot opleidingskeuze mogelijk wordt en inzicht in de persoonlijkheidskenmerken van de individuele leerling kan bijdragen aan een meer doelgerichte en adequate persoonlijke benadering.

Congresmiddag 13 januari.
De resultaten van hiervan zullen bekend gemaakt worden op de congresmiddag “Einde aan de onmacht in onderwijs en arbeidsmarkt” op 13 januari in het Beatrix Theater in Utrecht. (www.eindeaandeonmacht.nl)

Uitnodiging congresmiddag “Einde aan de onmacht in onderwijs en arbeidsmarkt”

november 16th, 2009

“Einde aan de onmacht in onderwijs en arbeidsmarkt” is een congresmiddag rond innovatieve en duurzame oplossingen voor het voorkomen van schooluitval en de aanpak van de werkloosheid. Bedrijven leren er hoe er een grote stap vooruit gemaakt kan worden als het gaat om recruitment, outplacement, competentiemanagement, EVC en employability.

13 januari 13.00 uur, Beatrixtheater, Jaarbeursplein, Utrecht

De congresmiddag “Einde aan de onmacht in onderwijs en arbeidsmarkt” vindt op 13 januari vanaf 13.00 uur plaats in het Beatrixtheater aan het Jaarbeursplein in Utrecht (naast het station). Hiervoor worden beleidsmakers, managers en andere geïnteresseerden uitgenodigd uit politiek, overheid, onderwijs, arbeidsmarkt en grotere bedrijven en organisaties.

Stel u voor…

    • Stel u voor dat het mogelijk is in minder dan twee uur te kunnen bepalen welke beschikbare baan precies bij iemand past.
    • Stel u voor dat aan een vacature direct de meest geschikte werkzoekende gekoppeld kan worden.
    • Stel u voor dat in minder dan 2 uur onbevooroordeeld kan worden vastgesteld welke werknemers onmisbaar zijn voor uw bedrijf.
    • Stel u voor dat uit uw eigen personeelsbestand precies de juiste man of vrouw geselecteerd kan worden die nodig is voor het completeren van uw team.
    • Stel u voor dat het opbouwen van een echte “talentpool” geen probleem meer is.
    • Stel u voor dat de schooluitval eenvoudig en goedkoop met zeker 15 procent extra kan worden teruggedrongen.
    • Stel u voor dat de intake van leerlingen snel en eenduidig verloopt en dat verkeerde opleidingskeuzes grotendeels vermeden kunnen worden.
    • Stel u voor dat leerlingen direct inzicht kunnen krijgen in hun persoonlijkheidskenmerken, competenties, mogelijkheden en optimale studiekeuze en bedenk

      Innovatieve oplossingen

      De congresmiddag zal ingaan op het systeemfalen in onderwijs en arbeidsmarkt maar komt vooral ook met innovatieve oplossingen. Oplossingen die zich inmiddels in “best practices” bewezen hebben en klaar zijn voor een brede uitrol.

      Ze zijn direct beschikbaar, onmiddellijk toepasbaar, uiterst effectief, eenvoudig, duurzaam en leveren direct een enorme efficiency en groot rendement op voor de organisatie of het bedrijf dat ze toepast.

      Zo kunnen de gezamenlijke ROC’s in Nederland bijvoorbeeld maar liefst zo’n 26.000.000 euro per jaar “verdienen”, als ze er in slagen 15% van de huidige schooluitval extra terug te dringen. Een percentage dat, zoals op het congres zal blijken, zonder meer haalbaar is.

      Programma:

      13.00 uur: Ontvangst

      13.30 uur: Aanvang congres, openingswoord door de dagvoorzitter.
      Jørgen Sørensen, Voorzitter Taskforce Technologie Onderwijs Arbeidsmarkt Nederland (tTOA)

      13.40 uur: Het duivels dilemma.
      Piet Keulers, Directeur Technocentrum Zuid-Limburg.

      14.00 uur: “Sneller aan het werk door een persoonlijke benadering”.
      Herman Kuipers, wethouder Sociale Zaken en Werkgelegenheid Gemeente Vlagtwedde.

      14.20 uur: Belgische VDAB voorloper met Testen&Matchen op competenties in de arbeidsmarkt.
      Kris Deckers, directie VDAB België.

      14.40 uur:Test your client’s match”. Hoe Testcase heeft geholpen bij de implementatie van een nieuwe dienstverlening.
      Carolien Zijp, HR manager ISS Facility Services.

      15.00 uur: Flexibiliteit in het beroepsonderwijs.
      Rob Franken, voorzitter College van Bestuur ROC West Brabant.

      15.20 uur: Pauze

      15.45 uur: Einde aan de onmacht in onderwijs en arbeidsmarkt. Achtergronden, feiten en cijfers.
      Cees Morsch, Directeur CASE Builders.

      16.10 uur: Demonstratie van de oplossingen, TestCASE 2.0, TestCASE 2.0  Onderwijs, TestCASE2.0 Bedrijven, ColoCASE
      Roeland Dikker Hupkes, adviseur en inhoudsdeskundige bij CASE Builders.

      16.40 uur: Vragenvuur onder leiding van de dagvoorzitter.
      In het panel alle sprekers van deze dag.

      17.00 uur: Afsluiting en borrel in de bar

      Boek

      Op de congresmiddag “Einde aan de onmacht in onderwijs en arbeidsmarkt” zal Cees Morsch, directeur van CASE Builders, het eerste exemplaar van zijn gelijknamige boek aanbieden. In dit boek geen saaie verhandelingen of langdradige tekst over werkloosheid, werving en selectie of schooluitval. Nee, in dit boek leesbare, verbazende en soms vermakelijke of juist verontwaardiging opwekkende inhoud, waarin getuigenissen van uitvallers en werkzoekenden worden afgewisseld met stukken die in de pers over deze onderwerpen verschenen, publicaties van de landelijke en regionale overheden en interviews met degenen die over deze onderwerpen, uit hoofde van hun functie, wat in de melk te brokkelen hebben.

      Oplossingen

      De auteur maakt de onmacht van onderwijs en overheid zichtbaar. Hij komt echter ook met oplossingen. Oplossingen die hun oorsprong vinden in een gezonde dosis professionele nieuwsgierigheid naar de oorzaken van dit systeemfalen, creatief en innovatief denken, het gebruik maken van kennis en kunde die al in de werkgebieden aanwezig is en het slim gebruiken van de mogelijkheden die ICT ons biedt.

      Voor elke congresdeelnemer ligt een gratis exemplaar van het boek klaar om mee te nemen!

      U kunt zich aanmelden op www.eindeaandeonmacht.nl.

      HR professionals en overheid zijn niet in staat systeemfalen in onderwijs (schooluitval) en arbeidsmarkt (passend werk voor iedereen) op te lossen door gebrek aan visie en innovativiteit.

      oktober 6th, 2009

      Weinig innovatief denken, de introvertheid van eigen organisatie, het blijven bewandelen van de gebaande paden en de afhankelijkheid van de eigen inzichten en verworvenheden zijn oorzaken van systeemfalen in onderwijs en arbeidsmarkt. Immers, ondanks het feit dat (HR)professionals bij overheid, bedrijven en in het onderwijs steeds opnieuw worden gevraagd met oplossingen te komen voor het koppelen van beschikbare banen aan beschikbare mensen lukt dit niet. Dat de crisis ervoor zorgt dat het aantal banen afneemt klopt, maar nog steeds is het zo dat een groot aantal vacatures niet wordt ingevuld ondanks een zeer groot arbeidspotentieel. En we accepteren nog steeds dat de schooluitval in het eerste jaar van het MBO en HBO onderwijs rond de 35%!! ligt. Wat ons dat niet kost!
      Er is becijferd dat de ROC’s maar liefst 23.000.000 euro “verdienen” als zij erin slagen 15% van hun uitval terug te dringen!

      TestCASE: smeerolie voor arbeidsmarkt en onderwijs!

      oktober 6th, 2009

      Het hapert op de arbeidsmarkt.

      Het hapert op de arbeidsmarkt. De juiste mensen vinden, de juiste mensen behouden, een baan vinden die écht bij je past, je baan behouden, outplacement, werk vinden als schoolverlater, meer dan ooit zijn dit problemen waar werkgevers en werknemers dagelijks mee te maken hebben.

      Het hapert in het onderwijs.

      Het hapert in het onderwijs. De schooluitval is een bron van grote zorg. De intake van leerlingen is een arbeidsintensief en weinig resultaat gevend proces. De opleidingskeuze van een MBO student is in zo’n 2 op de 5 gevallen een foute keuze met alle gevolgen van dien.

      Stel u voor:

      Stel u voor dat het mogelijk is in minder dan twee uur te kunnen bepalen welke beschikbare baan precies bij iemand past. Stel u voor dat u in minder dan 2 uur kunt vaststellen welke werknemers onmisbaar zijn voor uw bedrijf. Stel u voor dat u uit een ruim aanbod van personeel precies de juiste man of vrouw kunt selecteren die u nodig heeft voor het completeren van uw team. Stel u voor dat het opbouwen van een echte “talentpool” geen probleem meer is…

      Stel u voor dat u de schooluitval eenvoudig en goedkoop met zeker 20 procent kunt terugdringen. Stel u voor dat de intake van leerlingen snel en eenduidig verloopt en dat u verkeerde opleidingskeuzes kunt vermijden. Stel u voor dat u leerlingen direct inzicht kunt geven in hun competenties en mogelijkheden….

      Innovatie

      De “TestCASE” is een innovatie die al deze wensen op eenvoudige wijze waar maakt. Het is een internetapplicatie die mensen test op persoonlijkheid, competenties en vakspecifieke vaardigheden en, belangrijker nog, de testresultaten automatisch matcht met functie- of opleidingsprofielen.

      De applicatie levert binnen 30 seconden na het testen de resultaten: een uitgebreide maar voor iedereen leesbare testrapportage en een matchrapport. Dit matchrapport laat zien welke beschikbare baan of opleiding het beste past bij de geteste persoon of zet geteste personen in volgorde van geschiktheid voor een functie of opleiding.

      Smeerolie

      En dit is letterlijk smeerolie voor arbeidsmarkt en onderwijs. Direct resultaat betekent nooit meer van het kastje naar de muur als je een baan zoekt. Inzicht in de eigen competenties geeft een visie op de eigen mogelijkheden en stimuleert en motiveert. Weten wat bij je past voorkomt verkeerde keuzes en teleurstellingen. Matching van competenties van medewerkers met beschikbare banen vereenvoudigt outplacement trajecten. Vooraf weten welke opleiding bij je past en daar je opleidingskeuze op aanpassen voorkomt schooluitval.

      Innovatief instrument

      Omdat de TestCASE een innovatief instrument is dat volledig via het internet functioneert zijn de kosten laag in vergelijking met trajecten waarbij menselijke beoordeling aan de basis staat van het beoordelingsproces. Daarbij komt dat de TestCASE zorgt voor eenduidige beoordeling en matching en grote aantallen mensen en banen of opleidingen even snel verwerkt als één persoon en één baan of opleiding.

      De TestCASE wordt volledig op maat ingericht, zowel wat betreft vormgeving als specifieke wensen van de opdrachtgever. Voor het bedrijfsleven beschikt de TestCASE maar liefst over een bibliotheek van 63 competenties terwijl voor het onderwijs de zog. COLO competentieprofielen standaard in het systeem zijn opgenomen.

      Iedereen bemiddelbaar

      De TestCASE laat zien wat iemand kan in plaats van wat iemand niet kan! De TestCASE zorgt ervoor dat iedereen bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt. Dat iedereen de keuze kan maken voor een opleiding die écht bij hem of haar past. En dat scheelt veel, heel veel geld. Het vereenvoudigt selectie-, reïntegratie- en outplacementtrajecten. Het voorkomt schooluitval en verkeerde opleidingskeuzes. Maar bovenal voorkomt het teleurstelling, demotivatie en het verlies van het geloof in eigen kunnen of mogelijkheden van mensen.

      De TestCASE geeft een nieuwe dimensie aan employability, werving en selectie en competentiemanagement. De TestCASE mag eigenlijk in geen onderwijsinstelling ontbreken bij opleidingskeuze en intake. En voor de kosten hoeft men het niet te laten…

      Cees Morsch

      www.linkedin.com/in/ceesmorsch